🇮🇸 Blog 69 - Van de Faeröer eilanden naar IJsland
- 12 jan
- 7 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 25 mrt
Na ons laatste rondje door Tórshavn was het tijd om in te checken voor de bootovertocht naar IJsland. We reden richting de incheckpoortjes en nadat de man het paspoort van Mark had gecontroleerd, zei hij: “Hey, there is also a Mark Knopfer!” Mark keek me al raar aan en zonder de woorden uit te spreken wist ik dat er iets gaande was, al wist ik toen nog niet precies wat. We grapten wat mee, kregen onze incheckkaartjes van onze kamer op de boot en mochten doorrijden naar ‘lane 3’.

Mark zei tegen mij: “Weet je wie Mark Knopfler is?”
“Nou nee, er gaat niet gelijk een belletje rinkelen”, antwoordde ik.
Hij zei dat het de zanger was van het liedje ‘What it is’: het laatste liedje dat werd gedraaid op de uitvaart van z’n vader. Kippenvel. Van alle Marken die je zou kunnen benoemen waar je aan moet denken bij het zien van Mark z’n paspoort, kies je voor Mark Knopfer. Bijzonder moment zo voor het vervolg van onze reis.
We stonden te wachten in de rij toen de ‘bootregelaar’ nog even een kort praatje kwam maken en aangaf dat we onze spullen alvast in de cabin mochten leggen. Wat fijn! Dat scheelde een hoop getob in dat smalle trappengangetje van het parkeerdek naar de kamers toe op het moment dat iedereen dat tegelijk moest doen. Nu werden we gewezen naar de aparte ingang voor de voetpassagiers. We spraken af dat we drie kwartier later weer in de auto zouden zitten omdat we vanaf dat moment de boot op mochten rijden en we op deze manier de boel niet zouden blokkeren.
Vertraging
Ook al verbleven we deze keer op een andere verdieping, de kamer was precies hetzelfde als tijdens de bootovertocht richting de Faeröer, alleen gespiegeld. We dropten de tassen in de kamer en liepen nog even naar het dek. Daar zagen we onze auto staan, behoorlijk klein vanaf deze hoogte! We hadden weer helemaal zin om ongeveer 15 uur op zee te verblijven.
Zoals afgesproken, gingen we weer op tijd terug naar de auto. Bij aankomst mochten we direct de boot op! Nadat we onze auto weer op de aanwijzingen van het personeel hadden geparkeerd, gingen we naar het dek! Binnen een half uur zouden we vertrekken. Die tijd was zo voorbij en toch merkten we dat de boot nog niet in beweging kwam. Nadat we ongeveer een uurtje op de bovenste verdieping hadden vertoefd, kwam er een bericht: “This is your captain speaking”…
Het kwam erop neer dat de boot wat vertraging opliep omdat er lastminute onderhoud gepleegd moest worden en dat we ongeveer twee uurtjes later zouden vertrekken dan gepland.
Dus wat doe je dan? ETEN!

Op de kamer maakten we lekker een broodje klaar en installeerden de rest van onze spulletjes. Na twee weken in de auto voelde deze kamer helemaal aan als luxe, dus ons hoorde je niet klagen over de vertraging! Die twee uurtjes waren eigenlijk zo voorbij. De hoogste tijd om weer naar buiten te gaan, het blijft namelijk een leuk gezicht om zo’n boot de haven te zien verlaten. Wat een kracht zit er toch in zo’n grote ferry! Langzaamaan veranderde het gezellige havenplaatsje in een stipje.
Tussen de fjorden door
Anders dan de heenweg (duh, want we gingen nu een andere kant op), vaarden we tussen de fjorden van de Faeröer door. Wederom met een heel spoor achter ons. De afgelopen twee weken hadden we al ervaren hoe mooi deze eilandengroep was, maar weer kregen we het gevoel alsof we door een fantasy-decor heen verplaatsten. Zo zagen we wel 100 kleine watervalletjes in de immense rotspartijen. Er waren geen bomen te zien, maar tegelijkertijd was het er wel supergroen. De wilde zee al klotsend tegen de boot, af en toe een enkele vogel die met ons meevloog. Het was mistig, ruw en voelde daardoor een beetje mysterieus aan. Of misschien eerder ‘moody’, zoals in blog 65 aangegeven.
Met al dat moois om me heen had ik me vrij snel buiten genesteld om te schrijven. Fijn, met twee heaters op me gericht. Zo heel af en toe zag ik een huisje staan midden op de rotspartijen. Wat voor ‘alleen op de wereld gevoel’ moet dit de bewoner(s) geven! Hoe verder we van het hoofdeiland vaarden, hoe meer het voelde als niemandsland.
Tikkeltje wilder
We waren inmiddels 1,5 uur op zee en het werd wilder en wilder. De kapitein had al omgeroepen dat er windkracht 7 werd verwacht met golven van ongeveer 4 meter hoog. Dit was een aanzienelijk stukje krachtiger dan de heenweg, waar we het (blijkt nu) ontzettend getroffen hadden. We wiegden behoorlijk heen en weer en m’n maag moest er best een beetje aan wennen. Ik trok me even terug op de kamer en Mark bleef nog even van het uitzicht genieten. Gelukkig zette de misselijkheid niet door, want ik kan me voorstellen dat het dan een heel onaangename tocht zou zijn geworden. Na een poosje op de kamer te zijn geweest, zocht ik Mark weer op. Deze ‘diehard’ had al die tijd buiten foto’s en filmpjes gemaakt. Helemaal in z’n sassie.
We liepen samen nog even naar de voorkant van de boot en toen pas zag ik hoe heftig deze heen en weer bewoog. Ik had het snel gehad met die wind om m’n oren, dus we besloten een kijkje te nemen in de mooie ruimte die we vorige keer pas aan het einde van onze trip ontdekten. Ze hadden daar heerlijke stoelen en een fijn relaxmuziekje in combinatie met een panorama uitzicht. Er staan een aantal bedjes die eigenlijk altijd bezet zijn. Maar op het moment dat we binnen kwamen, werd er omgeroepen dat het restaurant was geopend met lopend bufet. Doordat er direct een aantal mensen van hun plek sprongen om te gaan eten, kwamen er twee bedjes vrij en nog naast elkaar ook!
Gebroken glas
Vanuit onze luie stoel hoorden we de barman tegen een persoon zeggen die een drankje bij hem bestelde dat deze ‘wilde’ zee nog niets voorstelde. Want bij echte storm, vallen z’n glazen en flessen regelmatig kapot. Ondertussen kreeg m’n maag het weer zwaar en ik tuurde dan ook non-stop naar de horizon in de hoop dat het onprettige gevoel weer snel voorbij zou gaan.
Op een gegeven moment hoorden we gekletter: “All good!”, werd er van achter de bar geroepen! Ja hoor, daar gingen de eerste glazen. Kletter de kletter, met dit geluid vlogen de volgende glazen in de lucht! Voor de barman natuurlijk minder leuk, maar voor ons was het toch een soort spectakel. We zaten gewoon op een gigantische boot, midden op de oceaan die zo wild was, dat de glazen kapot vielen. Langzaamaan kwam gelukkig mijn maag weer tot rust en konden we genieten van de zon die we vanaf onze eersterangsplekken zagen ondergaan.
We hebben een hele poos genoten van deze fijne bedjes en aan het einde van de avond, voordat we naar onze kamer gingen, brachten we nog een bezoek aan de gokhal. We hadden nog wat Deense kronen en aangezien we die niet konden gebruiken in IJsland, hadden we zin om met onze laatste muntjes een gokje te wagen!
Ergens voelde het een beetje doelloos om op een knop te drukken van een gokkast in de hoop dat er drie dezelfde plaatjes tevoorschijn kwamen. Maar nadat het toch een paar keer was gelukt, snapten we het plezier. En opeens… was het raak! Er kwam een hele hoop geluid uit de kast en de teller bleef maar doorlopen. Hilarisch vonden we het! De spanning van waar dat ding op uit zou komen, voelden we wel!
In totaal hadden we met een paar muntjes 180 kronen gewonnen in de vorm van een ticket. Wat neer kwam op een kleine 24 euro. Na deze actie hadden we nog steeds een paar Deense muntjes over dus gooiden we die er ook nog in. En ja hoor… dong dong dong!!! Daar ging de kast weer: dit keer eindigden we met 60 kronen op de teller! Haha, dat was nog eens een leuke manier om proberen ‘je kleingeld kwijt te raken’. We dachten eerder dat we de tickets in konden ruilen bij de receptie, maar dit moest je in een speciale kast doen. En wat kwam eruit? Een briefje, maar ook muntgeld!!! We verlieten de gokhal dus uiteindelijk met meer Deense munten dan toen we binnen kwamen. Tot zover onze gokcarrière.
Rollend in bed
Tijd om ons bedje in te rollen. Letterlijk: want de zee was nog behoorlijk wild en dat was goed te voelen in bed. We werden van links naar rechts gewiegd, maar uiteindelijk hebben we toch goed de slaap kunnen vatten. De volgende morgen werden we wakker en toen bleken we nog maar 2 uurtjes vanaf IJsland te zijn! Jeetje dat ging echt snel. We kleedden ons aan om even op het dek te kijken. Eenmaal buiten stond er een partijtje wind, we hadden echt moeite om ertegenin te lopen. Wel werden we verrast met een heel felle regenboog. Prachtig! En aan de linkerkant: IJSLAND! Joehoeee, we zagen gewoon al land!
Het was veel te koud buiten dus we gingen weer naar die binnenruimte waar we de avond ervoor ook zo lekker hadden gezeten. Er kwamen echt prachtige stukken land voorbij en vaarden zo tussen de IJslandse fjorden door. Ondanks dat er veel overeenkomsten waren in vergelijking met de dag ervoor toen we door de Faeröerse fjorden vaarden, voelde het toch anders. Hogere rotsen, maar ook een soort uitgestrekter. En daarbij zagen we zelfs al wat witte toppen, prachtig! Waar we de Faeröerse haven verlieten met de Faeröerse vlag, werd deze inmiddels naar beneden gehaald en werd de IJslandse vlag gehesen. Ja hoor, we bevinden ons definitief op IJslands territorium!
We raakten aan de praat met een man naast ons die Nederlands bleek te spreken. HIj woonde al 33 jaar op IJsland vanwege de liefde. Hij was een week daarvoor vertrokken uit IJsland voor een vakantie op de Faeröer en hij gaf aan dat bij zijn vertrek toen nog geen enkele witte top te zien was. Zo snel kan het gaan. Toen hij hoorde dat we 6 weken bleven, gaf hij aan dat we dan ook nog wel een stuk van de winter mee zullen pakken en wat dat hier op IJsland af en toe kon inhouden. Benieuwd hoe we ons dan zullen redden. Nog maar niet teveel aan denken…
Einde tocht 2 met de Smyril Line
Dit was de tweede tocht met de Smyril Line en wat hebben we het weer fijn gehad. We vaarden zo richting de kleine haven en voor ons was het dan ook tijd om onze kamer leeg te halen en richting het parkeerdek te gaan. We zaten goed en wel in onze auto tot we het seintje kregen dat we de boot mochten verlaten. Spannendddd!






























Opmerkingen