🇻🇳 Blog 84 - Op ontdekking in Hanoi
- 28 jul
- 9 minuten om te lezen
We werden ontzettend vriendelijk ontvangen in ons hotel in Hanoi. Nadat de portier onze koffers had binnengedragen, ons had laten neerploffen op twee luxe loungestoelen en de receptioniste had ingelicht dat we er waren, kwam hij met een welkomstdrankje (kruidenthee) en een warm handdoekje om onze handen af te vegen. Niet totaal overbodig, want de lucht voelde zo midden in het centrum behoorlijk vettig aan. Nadat we even waren geacclimatiseerd kwam de receptioniste bij ons zitten en begon met een uitleg over de stad en wat algemene gebruiken van Vietnam.

Altaar
Zoals ik in m’n vorige blog al schreef, genoten we enorm, maar waren we de eerste dagen in Vietnam ook een beetje overdonderd door alles wat we ervaarden. Hoewel het ons nog niet was gelukt om bij het eerste restaurantje waar we neerstreken aan de eigenaresse te vragen waar het altaar voor diende in de winkel, kregen we nu bij de receptioniste wel die kans. Zij hadden namelijk ook een flink exemplaar bij de ingang van het hotel gecreëerd.
Haar uitleg gegoten in mijn woorden:
In Vietnam heeft bijna elk huis of bedrijf een speciaal altaar. Dat is een bijzondere plek waar mensen hun overleden familie eren en laten zien dat ze niet worden vergeten. Ze geloven dat hun voorouders nog steeds een rol spelen in hun leven. Het altaar is daarom een soort brug tussen de mensen die leven en de geesten van hun voorouders. Zowel zakelijk als privé dient het om voorspoed, geluk en bescherming aan te trekken.
Mooi en inspirerend! Zelf hebben wij ook een bepaalde vorm van een altaar in ons huisje op wielen met spulletjes die voor ons een speciale waarde hebben. We konden ons dus helemaal vinden in dit ritueel.
Na dit leuke gesprek kregen we het pasje van de kamer. We dropten onze spullen en waren klaar om de stad in te gaan. Verder op ontdekking in deze bijzondere cultuur!
Een taal met klanken
Ik start mijn verdere verhaal met nog een leuk weetje, want hoewel op het bord op de foto hierboven Hanoi staat, wordt de stad officieel in het Vietnamees geschreven als Hà Nội. De tekens op en onder de klinkers geven de toonhoogte aan van het woord. De Vietnamese taal bestaat ‘in onze oren’ meer uit klanken dan uit woorden. Wij kunnen er oprecht niets van maken. Zo hebben wij al op verschillende manieren geprobeerd ‘dankjewel’ oftewel ‘Cảm ơn’ te zeggen en tot nu toe verschijnt er nog elke keer een grijns op het gezicht van de ander. Volgens mij moeten we nog even blijven oefenen en hebben we (gelukkig) dan ook geen idee wat we nou daadwerkelijk zeggen. Maar ach, het gaat om het gebaar zullen we maar zeggen.
Eerste indruk: chaos
Onze eerste stappen in deze miljoenenstad voelde aan als een complete chaos. En met chaos, bedoel ik ook echt chaos. Zoals we al in de taxi ervaarden bij aankomst in het oude centrum, bewoog alles zich door elkaar heen: scooters, auto’s, bussen, fietsers, driewieler fietstaxi’s, loslopende dieren, kleine kindjes en natuurlijk wandelende mensen. Alles om ons heen zond dan ook prikkels uit.
Je hoorde meer toeters dan dat er mensen praatte, de stoepen stonden vol met scooters waardoor je regelmatig op de drukke weg moest lopen en je continu een stroom van warme uitlaatgassen langs je benen voelde gaan, overal rook je stinkende etensresten of stuitte je plotseling op grote gaten in de weg waardoor je goed moest kijken waar je je voeten zette. En daarnaast, alsof hiermee je zintuigen nog niet genoeg werden geprikkeld, lonkte er continu een nieuw reclamebord, zagen we wel iets wat we nog nooit hadden gezien of vroeg om de zoveel meter een masseuse in het wildeweg of je een massage kon gebruiken.
Zelfs uit de vuilniswagen kwam geluid. En niet het geluid van een draaiende motor, want dat is logisch, maar er kwam gewoon keihard muziek uit. Zo eentje wat wel wat weg had van de serie ‘Squid Game’ of enge ‘Chucky’.
Overigens was er hier bizar veel afval. Wat overigens niet alleen in de vuilnisbakken lag, maar overal verspreid op de grond. Al zou je een flinke schoonmaakactie in gang willen zetten, je zou werkelijk niet weten waar je zou moeten beginnen. En nu was de temperatuur ook nog wel goed.
Hoe zal het hier in hartje zomer met 40 graden zijn?
Intens.
Intens, maar zó fascinerend! Er was ontzettend veel te zien en, al lijkt dat misschien niet zo, wij vonden het echt fantastisch. Alles was zo anders dan we gewend zijn en sommige dingen waren voor ons zelfs bijna ondenkbaar. Juist die compleet nieuwe ervaring maakte het zo bijzonder.
Zo liepen we een straat in en werkelijk overal stonden emmers en pannen op de grond. Voor veel tentjes werd er buiten afgewassen, wederom zittend op een inieminie krukje of op de hurken, zoals eerder omschreven. Enkele meters verderop werd er eten schoongemaakt en toen we vervolgens nog een stukje verder liepen, had een kapper zich daar geïnstalleerd terwijl er allemaal kleine haartjes de straat op werden geföhnd (uhhh denk daarbij even aan dat eten en de afwas) en dat alles terwijl er kipjes om hem heen liepen of vast zaten in een kooitje.
Wonderbaarlijk toch?
Het was een mierenhoop van mensen. Waar we normaal gesproken gillend gek worden op dit soort drukke plekken, hadden we dat nu totaal niet. Ik denk omdat er in verhouding meer locals waren dan toeristen. Wat we hier zagen, was het dagelijkse leven van deze mensen en dat was juist zo interessant om te zien.
Misschien viel ons dit verschil nu wel meer op na onze reis door IJsland waarbij de verhouding totaal andersom was. Daar werd het overspoeld door toeristen, wat toch een heel andere energie met zich meebracht. Al zullen we dat vast en zeker hier in Vietnam ook nog wel treffen, zo is het nu eenmaal sinds de komst van social media, toch was het een fijn besefmoment dat het schijnbaar voornamelijk ligt aan de soort drukte. Iedereen was gewoon met z’n dingetje bezig op zijn of haar eigenwijze manier en wij genoten van die reuring. Precies dit is wat voor ons reizen zo ontzettend leuk maakt.
Pizza met uitzicht
Na een poosje te hebben rondgelopen was het tijd om wat te eten. Mark had online een pizzaria gevonden met een heel hoge beoordeling. Gek genoeg stond dit tentje zelfs aangeschreven als een ‘must-do’ in Hanoi. Ik moest er stiekem wel een beetje om lachen dat wij zo vlot tijdens onze reis in Vietnam al kozen voor een pizza in plaats van de authentieke keuken. Maar na het eten van de kippensoep van eerder en hoe dit was gevallen, waren we toe aan iets bekends.
Toen we aankwamen bleek er een wachtrij te zijn van anderhalf uur en op dat moment was het al 2 uur in de middag. Waar ik eerst een beetje error kreeg omdat m’n maag best rammelde, kozen we er toch voor om de reservering erin te laten zetten. Het zal niet voor niets zo druk zijn en de behoefte naar een bekende hap lonkte te hard. We liepen nog wat rond en de tijd was eigenlijk zo voorbij omdat we wederom onze ogen uitkeken.
We kregen een leuk plekje op de eerste verdieping met zicht op de keuken. Heel leuk om te zien! Ze werkten schoon, waren supervriendelijk en we bestelden beiden een pizza met een vruchtensapje. De afgelopen twee maanden in Nederland hadden we weer genoeg wijntjes gedronken, dus we waren er weer aan toe om een poosje te ontnuchteren.
Haha pizza met vruchtensap, niet dé combi die je van tevoren verwacht, maar zeker niet verkeerd!
De lekkerste pizza
Onze pizza’s werden in het midden van de tafel gezet en we kregen beiden een klein bordje ‘to share’ voor onze neus. We namen een hap en echt… deze pizza was goddelijk! We hebben echt zelden zo’n goede pizza gegeten, en we hebben er al behoorlijk wat opgepeuzeld. Zelfs in Bella Italia, het land van de pizza’s, hebben we ze regelmatig een heel stuk minder gehad.
Deze ervaring hadden we precies even nodig. Voor Vietnamese begrippen was dit een ‘dure’ lunch, voor onze begrippen aan de goedkope kant, helemaal aangezien dit inmiddels direct als ons avondeten fungeerde. We waren omgerekend voor 2 pizza’s en 2 vruchtensappen (vers!) nog geen 25 euro kwijt.
Rood, rood en nog eens rood
Tijdens het uitstippelen van onze reis in Nederland kwamen we erachter dat de Vietnamesen het Chinese nieuwjaar vieren, wat gebasseerd is op de maankalender in plaats van de Westerse kalender. Aangezien we ons al een hele tijd bezighouden met het leven naar de maancyclus, gingen wij hier ontzettend op aan! Nu we ons midden in deze tradities en rituelen bevinden, vinden we het heel leuk om er gaandeweg steeds een beetje meer over te leren en het natuurlijk toe te passen.
Oud en nieuw wordt in Vietnam Tet genoemd en staat dit jaar in het teken van het Vuurpaard. Veel winkeliers begonnen al enkele weken voor Tet hun gevels uitbundig te versieren, waardoor de straten veranderden in een rood paradijs, volledig in het thema van dit jaar.
Leuk om te zien dat door de eigenaren van de winkeltjes ter plekke decoratie werd gemaakt, iets waar mijn creatief hart volledig harder van ging kloppen. Ik kon het dan ook niet laten om hier en daar een poosje te staan kijken. Ik vind het altijd zo leuk om andere creativelingen aan het werk te zien, dan borrelt er bij mij ook inspiratie op.
Een stapje terug
De keerzijde van het ontdekken van deze wondere wereld was dat we werkelijk niet waren te stoppen. Vanaf de aankomst in Vietnam waren we non-stop op onderzoek uitgegaan en als uit het niets begon de vermoeidheid toe te slaan en de adrenalinekick schijnbaar uit te werken.
We kwamen tot de conclusie dat dit tempo van op pad gaan, in combinatie met al die prikkels, we nooit 9 weken zouden volhouden. Dit gevoel werd bevestigd toen we een paar avonden op rij moeilijk de slaap konden vatten. Alle ervaringen tolden weer als een film in ons hoofd en daarbij merkten we toch dat de jetlag van zich liet horen. Al hadden we overdag niet de behoefte om te slapen, juist omdat we zoveel te zien hadden, lukte dit in de nacht opeens ook niet.
Ondanks de vermoeidheid en de gebroken nachten, bleven we elke ochtend trouw onze wekker op tijd zetten, om zoveel mogelijk in het goede ritme te komen en te blijven. Hierdoor werden we behoorlijk brak wakker met het idee dat het midden in de nacht was. Grappig hoe snel je in oude patronen terug kunt stappen, we hadden ruim de tijd om alle plekken te ontdekken tijdens deze reis, dus het werd dan ook de hoogste tijd om meer rust in te bouwen.
We startte de daaropvolgende dagen dan ook lekker met een ontbijt wat we dit keer wel bij het hotel hadden geboekt. Het was voor nu fijn om niet direct ‘op zoek’ te gaan naar eten en niet nog half slaapdronken de drukte van de straten te trotseren. Alles was in dit hotel overigens tiptop verzorgd. Het zag er schoon uit en rook ook nog eens goed. Vers fruit, een broodje en een gekookt eitje was natuurlijk al snel goed. De hardcore Vietnamese gerechten lieten we nog even voor wat het was.
Langzaam ontstond er ritme. Na ons ontbijt, verplaatsten we ons naar het sportschooltje wat bij het hotel hoorde en vervolgens werkten we nog wat aan onze blog/vlog. Halverwege de middag gingen we pas op pad om nieuwe delen van Hanoi te ontdekken. Deze routine deed ons goed. Al was hier ontzettend veel te doen en te bekijken, kozen wij nu minder voor de echte toeristische hotspots maar juist voor het slenteren en het lokale leven te aanschouwen.
Vreugdesprong in Hanoi
Op het moment dat we in de middag op pad gingen, begonnen we eigenlijk standaard bij een eettentje. Zo hadden we vrij snel een heel fijn plekje gevonden met voeding wat we normaal gesproken ook regelmatig eten. Mark koos voor een smoothiebowl en ik voor avocadotoast. Een feestje voor het oog, maar ook voor de maag. Want oprecht, die maakte een vreugdesprong! Het was fijn dat het eten nu een paar keer goed was gevallen, daar knapten we weer van op en we kregen vertrouwen om weer wat meer Vietnamese keuzes te maken. Zo hadden we even wat rust ingebouwd op alle vlakken.
Haha, wij starten toch ook altijd weer voluit met iets nieuws! Gelukkig hadden we het deze keer vrij snel door waarop we op tijd op de rem konden trappen.
We topten deze lunch af met een lekkere koffie en die bleek nog gratis ook! Want uiteraard lieten we een review achter voor deze traktatie voor ons lichaam!
Met goedgevulde magen maakten we een wandeling om het Hoan Kiem-meer, een flinke plas midden in het centrum van Hanoi. Het viel ons gelijk op dat er hier allemaal meiden rondliepen in prachtige jurken, mooi opgemaakt, haren in de plooi en bijna allemaal met een bosje pastelkleurige bloemen in de hand. Sommigen hadden een fotograaf mee en anderen maakten foto’s met hun mobiele telefoon. Er was hier dus echt een ‘ding’ aan de gang, dus we gingen op onderzoek uit.
Het dragen van mooie jurken, en in het bijzonder de traditionele Ao Dai, door Vietnamese vrouwen rond het Nieuwjaar (Tết) is een diepgewortelde traditie die symbool staat voor een frisse start, respect en culturele trots. Het is een lange zijden jurk wat wordt gedragen over een broek. Het dragen van traditionele kleding toont respect voor deze tradities en de ouderen. Het zijn vooral veel jongeren die deze foto’s maken en zeer waarschijnlijk zie je ze massaal verschijnen op social media rondom de eerste dagen van het nieuwe jaar. Bij ‘de oudere generatie’ zie je vooral dat ze rood dragen. Bron: MisterGoogle

We genieten, ontdekken, leren, observeren en laten ons graag verwonderen in Vietnam.
De volgende ochtend stond er een echte must-do van Hanoi op ons programma, namelijk een bezoekje aan de trein-straat. Hierover in mijn volgende blog meer!🙋🏻♀️






























Opmerkingen